Met dank aan de vele ouders voor hun inzet en aan de OAC voor de financiële steun.


dinsdag 22 mei 2012

Piloten op bezoek

Boeing 737

Vandaag vertelden Maaike en Lennert over hun werk als piloot.

Maaike vliegt met een Boeing 737 van de KLM. Dat is een groot passagiersvliegtuig.
De stewardessen die op school waren, vliegen met een Boeing 747 - die is nog groter.


Lennart vliegt met een privévliegtuig, waar maar 7 passagiers in mee kunnen. Mensen die met een privévliegtuig meegaan, kunnen zelf zeggen wanneer ze willen vliegen, en waar naar toe. Alleen rijke mensen, zoals popsterren, filmsterren en voetballers, gaan met een privévliegtuig.

vliegen met een privévliegtuig is heel luxe en heel duur
Er zijn altijd 2 piloten in het vliegtuig. Eén piloot stuurt, en de andere piloot draait aan de knoppen en praat via de radio met mensen op het vliegveld. Op de foto van de cockpit kun je zien dat veel dingen 2 maal aanwezig zijn: 2 stoelen natuurlijk, 2 sturen, en van de meeste knoppen zijn er 2.

Er is ook een automatische piloot in het vliegtuig.
Dat is een computer die het vliegtuig zelf kan besturen. De piloot hoeft dan niet zo veel te doen.


De kinderen hebben heel veel vragen aan de piloten: gaat er wel eens iets kapot in het vliegtuig? Is het moeilijk om piloot te worden? Hoe weet je de weg in de lucht? Kun je ook vliegen als er onweer is?

Ja, er gaat wel eens iets kapot in het vliegtuig. Maar dat is helemaal niet erg, want de piloot weet altijd precies wat er moet gebeuren. Zelfs als allebei de motoren kapot zijn, kan het vliegtuig nog even doorvliegen, net als een zweefvliegtuig. Maar hij moet dan wél snel ergens landen, bijvoorbeeld in een weiland.



er zijn nog niet zo veel vrouwen
die voor zo'n stoer beroep kiezen,
maar hier is er één!
Als je piloot wilt worden, moet je eerst de middelbare school (het voortgezet onderwijs) gedaan hebben. Daarna ga je naar de pilotenschool. Die duurt 2 jaar. In het begin is het wel een beetje moeilijk om zelf te vliegen, maar na een tijdje gaat het bijna vanzelf.
Het is net als fietsen: in het begin vind je het wel moeilijk, maar als je ouder bent is het heel gemakkelijk.

Als de piloot ergens naar toe moet vliegen, bijvoorbeeld naar Rome, dan krijgt hij een kaart waar op staat welke kant hij op moet. Alles wat op de kaart staat, kun je in de computer van het vliegtuig stoppen. De piloot kan dan op een scherm in de cockpit lezen hoe hij moet vliegen.

Als er onweer is, hoog in de lucht, dan kun je daar beter niet doorheen vliegen. De piloot kan op een scherm zien of er onweer aan komt. Je kunt dan met het vliegtuig boven de wolken gaan vliegen. Dan heb je geen last van het onweer.


Is een piloot wel eens bang dat er iets mis gaat? Nee hoor! Het is wel eens spannend, bijvoorbeeld als het hard waait of hard regent. Maar een piloot weet altijd wat er moet gebeuren.

En een vliegtuig wordt altijd goed nagekeken, voordat hij gaat vliegen.
Reizen met een vliegtuig is één van de veiligste manieren om te reizen.