Met dank aan de vele ouders voor hun inzet en aan de OAC voor de financiële steun.


woensdag 16 mei 2012

Vliegen, striptekenen en toneel

Wat hebben we weer veel gedaan, zeg!

Stewardessen in de groepen 4, 3, rood, blauw en geel

De passagiers stappen in het vliegtuig
Wie had gedacht, dat ook de jongste kinderen van school zulke goede vragen hadden voor de stewardessen!
Bijvoorbeeld: hoe komt het eten in het vliegtuig? Daar zorgt een aparte groep mensen voor: de catering.
Catering betekent: voor het eten zorgen. Als het eten het vliegtuig in gaat, is het bevroren (want zó kun je het goed bewaren). In het vliegtuig maakt de stewardess het eten warm en geeft het aan de passagiers.



Wist je, dat het naar Japan wel 14 uur vliegen is? En naar Australië 21 uur? Onderweg moet de piloot wél even landen om te tanken.
En als alle passagiers slapen op zo'n lange reis, kunnen de stewardessen ook even slapen. Ze hebben een eigen slaapkamer in het vliegtuig, met een bed en een warme deken. En een blauwe pyjama!

Striptekenen met groep 5

Eerst hadden we van striptekenaar Alex van Koten geleerd, hoe je je eigen stripfiguur tekent.
Nu gaan we een eigen stripverhaal maken! We wisten al, dat je erop moet letten, dat jouw stripfiguur op ieder plaatje er hetzelfde uitziet. Verder heb je ook bijfiguren. Dat zijn mensen of dieren die óók in jouw stripverhaal voorkomen. Oké, we gaan aan de slag!


En nu maak ik mijn stripverhaal.




Als Alex het vóórdoet,
dan lijkt het heel gemakkelijk
Als je een stripverhaal tekent, moet je steeds bedenken of je jouw stripfiguur dichtbij tekent, of ver weg. Als hij bijvoorbeeld blij is, of als hij schrikt, dan kun je hem beter dichtbij tekenen, met alleen zijn gezicht. Anders zie je het niet.

In je stripverhaal schrijf je ook op wat iemand zegt.
Je moet dus netjes schrijven, anders kan niemand het lezen!

Je moet dus aan veel dingen denken, als je een stripverhaal maakt.




En dan is het klaar!

Wat vind je ervan?

Toneelspelen in Oostenrijk en Engeland

Heb je iemand wel eens horen zeggen: "Wat ben jij een toneelspeler, zeg!".
Dat betekent: iemand vindt dat je maar doet alsof.... En dat je je áánstelt.
Bij écht toneelspelen stel je je niet aan, maar je doet wél alsof...
Je speelt iemand anders, je kruipt in de huid van een Engelsman bijvoorbeeld, of van een Oostenrijker.




Groepen blauw, rood en geel zijn op reis naar...

welke land is dit?
Als je in dit land gaat eten,
zeg je: "Bon apetit!".